HEMELSCH ZOET Hemelsch zoet is gansch uw wezen. Dat heeft mij van mijn overmoed en van mijn haat genezen. Machtig mild is uw vermogen, zoodat gij mijn verlangen stilt door 't bloeien van uw oogen. O mijne rust en schoon aanschouwen! Mijn ziel hebt gij vóor God gekust. In God wil ik betrouwen. 229 Het boek der liefde, Amsterdam (J.M. Meulenhoff) 1921, 269 p.